Posts tonen met het label hardlopen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hardlopen. Alle posts tonen

maandag 12 april 2010

Held voor een paar uur


Ik was op zoek naar een notenkraker, toen ik in mijn kast een dvd aantrof van Christiane F. Je weet wel, jaren tachtig, Berlijn nog met muur. David Bowie. Heroïne. Maar hoe kwam die film in mijn kast terecht? Pas na dagenlang piekeren bedacht ik dat ik die bij mijn laatste verjaardag gekregen moet hebben. Want hoe gaat zoiets. Na mij eerst drie kwartier in spanning te laten – zouden ze nog wel? De uitnodigingen. Ik zou toch niet...? – komen mijn vrienden opeens allemaal op hetzelfde moment binnen. De cadeaus krijg ik in een rapper tempo in handen gedrukt dan ik ze kan uitpakken, en terwijl ik met mijn ene hand een glas wijn aanreik en met mijn andere hand de deur openmaak, ontsnapt blijkbaar één cadeau aan mijn aandacht. Wel ontzettend netjes trouwens dat iemand die dvd in de kast heeft opgeborgen. Als je dit leest, en denkt: die botte hond geef ik nooit meer zo'n Duitse kwaliteitsfilm cadeau, weet dan dat jouw cadeau er voor zorgde dat ik me langer dan één dag jarig voelde. Dankjewel. Alsnog.
En dat brengt me bij de marathon die ik gisteren liep, want dat is ook een soort jarig zijn, maar dan met nog meer sms'jes, telefoontjes, e-mails en briefkaarten. Je vrienden, familie, buren en collega's zetten je in het zonnetje en je hebt het gevoel dat je niet iedereen persoonlijk kan laten weten hoeveel dat betekent. "Hé van Vliet, wekenlang updates van dat doodsaaie schema van je en dan nu geen tijd doorgeven....what's up?? mailde Loes mij. Nou, die update had ik wel willen geven, maar ik zat herstelbiertjes te drinken in Café Pol, vandaar. En hoe was dat nou, die marathon? Nou, eigenlijk hetzelfde als altijd. Lee Towers, de Erasmusbrug. 42 kilometer en 195 meter hardlopen, eerst tussen een mix van verkleedrenners, bankgezonde iPodstudentes en vormeloze kantoorbillen, later alleen maar tussen verweerde paaseilandkoppen en kuiten die op houtsnijwerk lijken. Nou ja, bedenk zelf maar hoe ik daar tussen pas. De mensen langs de kant hebben ogenschijnlijk meer plezier dan de lopers zelf. Ze lachen meer en ze maken ook meer lawaai, en voor een paar uur geven ze je het gevoel dat je een echte held bent.
Ergens op Zuid zag ik een spandoek met de tekst 'Je zult het niet geloven, maar Joop is zijn laatste marathon aan het lopen' IJdele hoop natuurlijk van de maakster van het spandoek, want iedereen die Joop kent, weet dat hij net zo min zonder zijn runner's high kan als Christiane F zonder haar heroïne. Die doet dus volgend jaar gewoon weer mee.
Was er dan ook nog iets anders dit jaar? Ja, ik heb sneller gelopen dan ik ooit deed, en dat kwam doordat Maarten, Ineke, Ymke, Wouda en Joke overal langs het parcours opdoken om mij water en PowerGel te geven. En door al jullie smsjes, kaarten, twitters en e-mails – alsof ik jarig was.

donderdag 8 april 2010

Beer This Way


Hoeveel nachtjes slapen nog tot de Rotterdam Marathon? Eh, drie. Ik ben in ieder geval te opgetogen om er nog veel woorden aan te besteden. Daarom heb ik even een souvenir uit april 2008 opgezocht. Veel voorpret gewenst allemaal!

zondag 4 april 2010

Visualisatie: gastbijdrage van DJ IronMan

Die marathon waar je maanden voor hebt getraind is morgen. Of volgende week. Aan je fysieke conditie kan je niets meer verbeteren. Wat kan je nog wel doen? Lees de gastbijdrage van DJ IronMan!


...to fail to prepare is to prepare to fail...

Nog een goede, laatste oefening: visualiseer dat je je vrienden vertelt dat je 3:25 hebt gelopen. Dat je goed geslapen en ontbeten had, terwijl je op tv de beelden van de Paris Marathon zag die je zeer inspireerde,dat je voor de race nog even kompleet leegpieste, dat je vanaf het begin het juiste tempo wist te vinden, constant bij ieder 5 km punt weer die zelfde aantal minuten had gelopen, in de tweede helft nog aanzetten kon, iedere 5 km (kort voor of na de verzorginspost) een maat stond met een halve bidon die je wegwerkte, je perfect iedere vijf km die gel die op de bidon/oud spa/cola flesje zat vastgeplakt wegslikte om het weg te krijgen met de inhoud van de bidon, waarna je deze bidon wegsodemieterde op de bodem, je in de bidon wellicht ook een beetje sportdrank had om kramp te voorkomen, je kleding goed om je lichaam zat, je bij iedere verzorgingspost water in je gezicht en armen gooide om je af te koelen, hoe je de hele race geconcentreerd in een 'zone' liep, je de race in kleine partjes verdeeld had om kleine overwinningen te maken, hoe je met een relaxte gevoel de laatste bocht maakte en even aanzette voor de laatste kilometer... en dat je daarna een lekkere pils in je handen kreeg..

Viel Spaß!
DJ IronMan

vrijdag 2 april 2010

Nog 9 dagen tot Rotterdam: 9 dingen die ik anders aanpakte

Zo, dat was leuk, al die aandacht vanuit De Pers! En nu weer over tot de orde van de dag, want het is nog negen dagen tot de 2010 Rotterdam Marathon. Hoor je tot het hardlopende gedeelte van de lezers van dit blog? Dat hoop ik dat je er net zo veel zin en vertrouwen in hebt als ik. Lange afstanden loop ik al meer dan 15 jaar; mijn eerste marathon liep ik in 2002. Vroeger of later moet dus het verval inzetten, zou je denken. Maar voorlopig zit ik nog op de goede sport, want het lukt me nog steeds om persoonlijke records te lopen.
Negen dingen die ik in de voorbereiding voor deze marathon anders heb gedaan:

1. Vier looptrainingen per week. Week. Op week. Op week. En niet zoals tot nu toe, wel zeggen dat ik vier keer train, maar stiekem toch vaak een sessie overslaan.

2. Geen krachttraining in de sportschool meer. Laat staan die zware gewichten en weg met die legpresses op 150 kilo. In plaats daarvan yoga.

3. Exit hartslagmeter. Deze keer heb ik alleen op snelheid gelet. Snelheid die volgt uit mijn schema, en mijn lichaam moet dat maar gewoon doen. Kan mij het schelen of mijn hartslag nu op 69 danwel 89 procent van mijn maximum zit. Bevrijdend.

4. Anderhalf jaar ouder worden. Ik ben nu 37. Op welke leeftijd zou je op je top zijn, duursportmatig?

5. Anders eten. Ik heb bijna elke avond zelf gekookt, nog steeds de beste garantie voor gezond en lekker eten. Bij mij in de keuken dan, in alle bescheidenheid. In plaats van chips en chocolade haalde ik vijgen, dadels en rozijnen in huis. Ik heb gemerkt dat de voedingsrichtlijnen uit 'Fit For Life' van Ranulph Fiennes erg goed voor mij werken.

6. Gewoon bier en wijn drinken als ik daar zin in heb. Bij eerdere marathons legde ik mezelf nog wel eens wekenlang droog, maar dat was blijkbaar allemaal nergens voor nodig. Hm.

7. Een groter gedeelte van mijn trainingen bij de club doen. Kostte me telkens twee keer vijftien minuten fietsen, door hagel, storm en duisternis, maar leverde veel gezelligheid en motivatie. Trainen is gewoon makkelijker als je het samen doet.

8. Mijn energie verdelen. Tijdens de snelheidstrainingen bij PAC heb ik me meer ingehouden, terwijl ik bij de wedstrijden die ik liep (Sussex Beacon en City-Pier-City) dieper ben gegaan dan ooit.

9. Schrijven over mijn training! Tot nu toe schreef ik alleen achteraf iets over mijn marathons. Door ook over mijn voorbereiding te schrijven, maak ik het mezelf makkelijker om te focussen. Dat werkt voor veel mensen zo, als je afgaat op het grote aantal hardlopers dat op twitter twittert of op blogs blogt.

Maar gaat dat allemaal helpen? Over negen dagen is de test...

vrijdag 26 maart 2010

Het laatste t-shirt dat ik ooit kocht


Herken je dat? Je ziet iets, en je moét het gewoon hebben, omdat je denkt dat je je verzameling wereldse goederen daarmee compleet maakt. Ik had het bij een pan van Le Creuset (check). Bij een staande lamp, zo groot dat ik er onderdoor kan lopen(check). Bij een ingenieus fietspompje (check). Bij een reliëf van Ron van der Ende(nog voor aan het sparen). Ik zou dus inmiddels beter moeten weten. En toch.

Vorige week stond ik oog in oog met een product waarmee ik me direct identificeerde. Over zestien dagen is de marathon, en anderhalf jaar geleden liep ik de NYC Marathon, dus die link is duidelijk. Maar ook andere wezenlijke facetten van mijn leven komen in dit stuk textiel tot uitdrukking. Wie weet, misschien wel alle facetten. Het is het t-shirt waarmee ik mijn kledingcollectie definitief af kan sluiten.

donderdag 18 maart 2010

Go Faster Soup

Je traint voor een marathon. Of je hebt gewoon bedacht dat je af en toe wilt hardlopen, en je wilt iets eten wat daar bij helpt. Tien tegen één dat de pasta jou, en je huisgenoten, inmiddels de neus uitkomt. Penne arrabiata, spaghetti aglio e olio, je Zilveren Lepel heeft er ezelsoren van gekregen. Elk pastagerecht uit je Jamie Oliver boek heb je al eens gemaakt. Wat dan? Op de dagen die aan een wedstrijd vooraf gaan, eet ik zelf het liefst pannenkoeken met honing of stroop. Maar je hebt ook weleens gasten, kortom je moet iets nieuws bedenken.
Deze Sweet Potato Soup komt uit het boek Go Faster Food van Kate Percy. Ik heb het recept iets aangepast, maar als je het origineel wilt weten, laat je dan niet tegenhouden.
De zoete aardappel levert de koolhydraten, de kikkererwten de mineralen en de eiwitten, en de vitamines komen uit de wortel en de tomaat. Wat wil je nog meer. Het lijkt bovendien heel erg op iets dat ik bij de onvolprezen Toko94, in de Rotterdamse Witte de Withstraat, gegeten heb. In de afgelopen weken heb ik dit recept voor zes verschillende gasten gemaakt. Iedereen vond het lekker, drie van de zes vroegen om een tweede portie, en twee wilden weten wat het recept was. OK, komt'ie:

Voor vier personen:

• twee eetlepels olijfolie
• één ui, geschild en in snippers gesneden
• twee zoete aardappels (die koop bij de toko of bij AH), geschild en in blokjes gesneden
• een pot kikkererwten (vierhonderd gram)
• vier tomaten
• vier grote wortels
• vier teentjes knoflook, gesneden
• een stuk gemberwortel van vier centimeter, geschild en fijn gehakt
• een theelepel komijnzaad
• een theelepel kaneel
• één theelepel scherpe mosterd (Colman's)
• Tabasco en Worcestershire saus, naar smaak
• een eetlepel honing
• zout en versgemalen peper naar smaak
• één spaanse peper, gehakt.


• Doe de wortels in ruim kokend water. Verder even niet mee bemoeien , we komen hier later op terug.
• Zet op een andere pit een grote, diepe pan op een matig vuur. Doe hier de olijolie in, en fruit de uit tot 'ie glazig wordt.
• Voeg de zoete aardappel, knoflook en gember toe. Schep af en toe om.
• Voeg het komijnzaad, de kaneel en de mosterd toe.
• Roer de kikkererwten, de tomaten en de honing er doorheen.
• Nu terug naar de worteld: voel met een vork of ze al gaar zijn. Ja? Voeg ze, samen met het kookwater, toe aan het zoete aardappel/kikkererwtenmengsel in de andere pan.
• Rustig laten koken totdat de zoete aardappel gaar is. Voeg naar smaak Worcestershire saus, tabasco, peper en zout toe.
• Met de staafmixer maak je er nu een min of meer egaal mengsel van. Voeg eventueel nog water toe. Heb je de textuur die je wilt, voeg dan als laatste de spaande peper toe.
• Opdienen met een extra draai vers gemalen peper, en wat lekker brood van Vermeijden of Chez Moi, op de Nieuwe Binnenweg. Klaar. Voor een groen kleuraccent zou je nog wat geroerbakte paksoi of spinazie kunnen toevoegen. Enjoy!

dinsdag 9 maart 2010

En? Welke tijd heb je gelopen?


En? Welke tijd heb je gelopen? De hardlopende lezers van dit blog lezen weten het al. Als je binnenkort meedoet aan de City-Pier-City, Rotterdam Marathon of een andere loop waar je collega's en familie vanaf weten, dan kan je deze vraag verwachten.
Als ik iemand vertel over een wedstrijd die ik heb gelopen, en de eerste vraag die ik krijg gaat over tijd, dan weet het al: dit is geen hardloper.

Want wat voor extra informatie geeft het een belangstellende buitenstaander, als ik vertel dat in 1:34:47 over de finish kwam, of in 3:39:08, of wat voor willekeurig getal dan ook. Immers, hij weet al dat ik niet als eerste over de streep ben gekomen, en ook dat ik geen nationaal record heb gelopen, want anders had hij dat al gelezen op het internet of gezien op televisie.
Voor de rest is het dus echt een wedstrijd met mijzelf geweest: iets heel persoonlijks. En ik wil graag vertellen wat mijn tijd was, maar liever niet als ik het gevoel heb dat ik voor mij heilige getallen, die ik bij wijze van spreken ergens zou willen laten tatoeëren, uitzaai over een dorre bodem van onbegrip.

Stel je eens voor. Je staat in de kroeg en iets verderop zie je een leuke vrouw staan. Jullie hebben ook al eens oogcontact gehad. Daardoor aangemoedigd stap je op haar af en je spreekt haar aan. Zou je dan ook als eerste haar nummer vragen? Ik wil maar zeggen, al te snel doorpakken levert je niet altijd de kennis op die je zou willen hebben.
Van de kroeg terug naar het hardlopen: wat ik over zo'n loop wil vertellen is hoe het het allemaal waard was, al die avonden in een donker en koud Kralingse Bos. Al dat bier dat ik niet gedronken hebt. Al die keren dat ik voor lul stond tijdens de loopscholing, omdat ik niet goed kan touwtjespringen. En ik wil dat je voelt wat ik voelde in het startvak, hoe gaaf het was om dat ene bandje te horen spelen op twaalf kilometer. Hoe ik bijna van de brug af werd geblazen, en wat het me deed om al die mensen te horen klappen. De verdwazing die ik zag bij een andere deelnemer, die met witte kop en bebloede tepels de greppel inrolde. En hoe ik, met nog achthonderd meter te gaan, voelde dat mijn lichaam in drie maanden tijd gedresseerd is om exact maar dan ook exact te doen wat ik wilde. Versnellen.
En daarna praten we wel over die tijd.

Echte hardlopers willen natuurlijk ook altijd weten wat voor tijd je hebt gelopen. Maar eerst zijn ze in heel andere dingen geïnteresseerd: ben je tevreden? Hoe voelde je je? Waar kreeg je het zwaar? Deed het pijn? Had je nou eigenlijk wel goed genoeg getraind? Maakte die hartslagmeter nog wat uit? Wat wordt je volgende wedstrijd?

Dus vraag me vooral naar mijn tijd, want stiekem wil ik daar natuurlijk heel graag over vertellen. Maar sla de inleidende small talk niet over, want het is het verbale podium waarop ik mijn getallen tot hun recht wil laten komen.

vrijdag 5 maart 2010

Je seizoen wordt in de winter gemaakt. Dus wat doe jij dit voorjaar?

De winter. Dat nare vacuüm tussen de feestdagen en rokjesdag. Om er doorheen te komen doe je aan lichttherapie, ga je skiën, keihard werken of kom je te vaak in de kroeg. En als je duursporter bent zeg je stoer tegen jezelf: je seizoen wordt in de winter gemaakt. Want een lekkere City-Pier-City lopen of schadevrij finishen tijdens de Rotterdam Marathon betekent: trainen in het donker. Op de fiets naar je loopmaatjes, terwijl je fikken eraf vriezen. Hagel in je gezicht. Uitglijden over de ijzel. Onderweg tijdens een lange duurloop moeten plassen, en ontdekken dat je eigenlijk een oude krant in je onderbroek had moeten stoppen. En ondertussen weet je: ik ben nu een lekker nieuwe loopseizoen in elkaar aan het sleutelen. Heerlijk!
Inmiddels zijn de sneeuwklokjes al weer bijna uitgebloeid, de merels kwetteren mij weer wakker en in de boom achter mijn huis is het begin van bloesemknopjes te zien. Nog geen rokjesdag, maar wel een moment om je af te vragen: welk fundament heb jij onder je seizoen gelegd?

Bij bijna elke training begint één van mijn loopvrienden nog te praten over die ene intervaltraining in januari. Een doordeweekse avond, het vriest net niet maar het regent des te harder. De schijnwerpers op de Erasmusbrug lichten de regendruppels uit alsof je op een filmset bent. We lopen heen en weer over de brug, telkens achthonderd meter, de ene keer met vijf Beaufort in onze rug, de andere keer met blauwe kaken van de regen in ons gezicht. Eenmaal thuis duurde het nog drie kwartier voor ik weer gevoel in mijn handen en voeten had.
Terugkijkend was dát die ene training waarvan ik voel dat die mijn seizoen gaat maken. Ik voel me net zo sterk als twee jaar geleden, toen ik op alle afstanden mijn persoonlijk record heb aangescherpt. Dus kom maar door met die rokjesdag, ik ben er aan toe. En jij? Hoe is jouw vorm, en welke barre omstandigheden heb je daarvoor moeten overleven?

maandag 3 november 2008

2 november 2008: Yes We Can


Toen ik 's avonds een blokje om liep, kwam ik Spiderman tegen, een vrouw met een Stetson en netkousen, en vijfentwintig mensen met Barack Obama t-shirts en buttons. Inderdaad, we zijn in New York. En in de eerste week van november staat de stad in het teken van Halloween, presidentsverkiezingen en natuurlijk de New York City Marathon.
Zondagochtend staan we, even voor zessen, op de hoek van 32nd Street en Broadway de slaap uit onze ogen te wrijven, en te wachten op de bus die ons naar Staten Island brengt. Een half uur later komen we aan bij Fort Wadsworth, aan de voet van de Verrazano-Narrows brug, waar de marathon begint. De zon is opgekomen, het lijkt een koude en kraakheldere dag te worden en de bomen hebben alle tinten geel, rood en groen die je maar kunt bedenken.
Annette, Frans, Margriet, Rene en ik zoeken in een witte tent de warmte op, en tussen mexicanen, noren, duitsers en mensen met intimiderende Boston Marathon jacks liggen we op oude kranten en stukken karton tegen elkaar aan. Dat blijkt van korte duur want er is in deze tent een kerkdienst aan de gang, waar de predikant tegelijkertijd een spirituele en een fysieke warming-up van maakt. Dat gaat als volgt: allemaal staan, ''we are small'' (tenen aanraken), ''You are great'' (armen omhoog en lichaam strekken), handen van je buurman of buurvrouw vasthouden en community singing met overslaande stem. Om kwart voor negen lukt het me niet langer om rustig te wachten en zoek ik alvast mijn startvak op. Voor ik het goed en wel weet sta ik op de oprit van de brug, ik maak nog een foto van een jongen en een meisje uit Münster, New York New York, God Bless America, een kanonschot in de verte en daar gaan we. Rechts de oceaan, spiegelend tot aan de horizon, links Manhattan, in de ochtendzon zo scherp afgetekend dat ik mijn hand uitsteek, in de illusie de wolkenkrabbers aan te kunnen raken. De brug over, Brooklyn, en JA daar is het beroemde publiek waarover iedereen me verteld heeft. 4th Avenue is een mijlenlange dorpsstraat vol juichende, zingende, lachende, high-fivende mensen. Go Runners! Go Jeroen! Een band speelt 'I'll Take You There'. Een rasta houdt een vergeelde wereldbol omhoog, als een kruising tussen Atlas en Lady Liberty. Ik strek mijn hand uit en tik de globe aan. Eén stap verder staat een baardmans in zwarte kleren, die zijn tong vijentwintig centimeter uitsteekt. Brandweerwagens staan in de zijstraten geparkeerd, met hun ladders uitgestrekt boven de lopers. De hoek om, de Brooklyn Academy Of Music, links een kerk met een gospelkoor, en het rijendikke, naar het midden drommende publiek geeft me het gevoel dat ik een wielrenner tijdens een bergetappe ben.
Dan Queens: een industrieterrein waar op een verder lege hoek een bandje staat. De zanger ziet er uit als een punkuitvoering van Buddy Holly, en met zijn smalle gezicht zou hij ook een hardloper kunnen zijn. Dwars door zijn Ray-Bans kijk ik hem in de ogen als hij een boogie inzet. Verderop in de straat spelen vier jongens 'Creeping Death'. Dan de rivier over, en naar rechts, First Avenue op. Een vier mijl lange, kolkende mensenmassa die je door het hoogteverschil tot het eind toe kan overzien. In grote kleurvlakken zie ik de groene Ieren, de oranje Nederlanders, de zwart-geel-rode Belgen, de Azurri, Les Bleus en in het midden de lopers in alle kleuren van de regenboog. Aan het eind een steile brug over, The Bronx, dan opnieuw een brug en dan zijn we weer in Manhattan. Middenin de euforie krijg ik een soort spijtgevoel, als ik me realiseer dat het over vijf mijl al weer afgelopen is. Op de hoek van 138th en 5th staat een vrouw met een spandoek: ''You Are An Inspiration". En dat zet me aan het denken. Spijkerbroeken. Rock 'n' Roll. Rythm & Blues. Internet. Wereldkampioenen. Nobelprijswinnaars. De Space Shuttle. Het komt allemaal uit Amerika, en als je het publiek tijdens de New York Marathon meemaakt, snap je opeens waarom dat hier kan. Veertigduizend mensen komen iets doen dat ze leuk vinden, en waarvoor ze hun best doen. En twee miljoen toeschouwers komen langs het parcours staan, geven complimenten, aanmoedigingen, liefde, warmte en zeggen: "You Are An Inspiration.". Misschien is het ook daarom, dat ik hier in vijf dagen tijd welgeteld één meisje met een John McCain t-shirt heb gezien, naast talloze aanhangers van de man die "Yes We Can" zegt, op een manier waarop je ook echt het gevoel krijgt dat ze, we, je en ik het kunnen. Een bord dat aangeeft dat de finish al over drie mijl is brengt me terug in het hier en nu: hoeveel is dat precies in kilometers, reken reken, als ik dat nu eens vergelijk met een rondje om de Kralingse Plas, eh, eh, hoe vaak om de atletiekbaan, OH dat is al wel heel erg snel, gas erbij, denderend van de heuvels in het park af en dan ben ik er!
En zo heeft de reis naar New York heeft mij alles gebracht wat ik er van had gehoopt en meer. Voor alle mensen die mij de afgelopen maanden geholpen, gesteund, getolereerd en gewaardeerd hebben - voor jou dus: You Are An Inspiration. En voor de helden en heldinnen Annette, Astrid, Frans, Galina, Herman, Ineke, Jasper, Joachim, Karin, Maarten, Margriet, Oma, Peter, Rene, Robbert, Rogier: Yes We Can.

woensdag 16 mei 2007

Een warme dag in Rotterdam


Het is zover, 15 april 2007, de dag die bijna vijf maanden lang als richtpunt van mijn traininsschema heeft gediend, is aangebroken! Voor ik van huis vertek draai ik Aerosmith, Beastie Boys, Dropkick Murphys en Queens Of The Stone Age- ik ben er van in de stemming gekomen en mijn buren naar alle waarschijnlijkheid ook. Met drie andere leden van mijn loopgroep hebben we om kwart voor tien afgesproken bij Jacqueline, een vriendin van één van hen, die vlakbij de Coolsingel woont. Dramatis personae: Marcel, Margriet, Herman en ikzelf; allemaal met het plan om tussen de 3:44 en de 3:50 te finishen. In de voorafgaande dagen is er, in verband met de verwachtte hitte, veel gewaarschuwd: pas je ambities aan. Over ons antwoord daarop hoefden wij niet lang te denken: aanpassen, neuh, dit vinden we al snel genoeg...
Dan de start. Bij optredens van bands als Slayer en Extreme Noise Terror heb ik middenin de 'pit' gestaan; dat is een een aardige voorbereiding op wat je in de eerste kilometers meemaakt. Geduw, getrek, mensen die tegen je enkels schoppen, ellendige scheten laten of onverwachts drie centimeter voor je opduiken. Twee verschillen zijn de moeite van het noteren waard: een struikelpartij in de pit betekent niets meer dan een hoge rekening van de tandarts, terwijl het bij een marathon gaat om maanden voorbereiding. In mijn angstvisioenen zie ik die al in rook opgaan. Een ander verschil is dat in Rotterdam de soundtrack verzorgd wordt door Lee Towers.

Met z'n vieren gaan we lekker snel van start en nadat we de drukte van de eerste kilometers gehad hebben, voelt het ook heel lekker. Gevolg is wel dat Marcel en ik al snel nog maar met z'n tweeen lopen – in een tempo dat een gedroomde eindtijd van 3:45 belooft. Ter hoogte van de Kuip gaat er iets mis met Marcel's fuelbelt en hij wil stoppen om het te herstellen. Ik neem ook tempo af maar na een paar pogingen drukt hij mij op het hart gewoon door te gaan. Vanaf dan loop ik alleen.

Graag wil ik hier het moment memoreren, waaraan ik hopelijk denk als ik op mijn sterfbed lig. De tweede keer dat ik de Erasmusbrug overloop, staat die afgeladen met publiek dat in een prachtige cadans aan het klappen is. Om te beschrijven hoe dat voelt, kan ik het beste een paar voorbeelden gebruiken. Muhammad Ali die in 1974 in Kinshasa uit het vliegtuig stapt. Mick Jagger die teruggeroepen wordt voor een toegift. Ik weet nu hoe dat voelt.

Ik het Kralingse Bos raak ik aan de praat met een aardige kerel die Erik heet, en samen proberen we Man Met De Hamer van ons af te slaan. Dat lukt redelijk totdat er iets opmerkelijks gebeurt. En politieagent komt ons tegemoet en sommeert ons te stoppen, met de mededeling dat de marathon afgelast is en de tijdsregistratie gestopt is. Het is inderdaad vies warm maar wij lopen toch maar gewoon door.

Voor de niet-duursporters zal ik wat toelichting geven bij die bekende Man Met De Hamer. Ik zal niet uitwijden over koolhydraten, vetten en eiwitten, maar het komt er op neer dat je ongeveer drie uur lang lekker tekeer kan gaan, en daarna niet meer. Als het niet in je macht ligt om binnen die tijd binnen te zijn, ben je dus De Sjaak. De MMDH komt langs en je wilt er alles voor geven om te mogen stoppen. Tegelijkertijd ben je met iets bezig waar je ontelbare leuke borrels voor hebt laten schieten, dus wil je ook doorgaan. Tijdens je laatste kilometers wordt je dus vergezeld door een duiveltje dat ter linkerzijde met je meezweeft, en rechts een engeltje. Zolang voldoende toeschouwers en medelopers je aanmoedigen, wint het engeltje. Als politieagenten je herhaaldelijk manen te stoppen, en je ziet dat je de enige bent die nog rent, wint het duiveltje. Heel naar maar zo is het.

De Boezemstraat is volgens de, naar het accent te oordelen, authentieke Rotterdammer die daar de PA bedient, de gezelligste straat in de stad. Voordat hij zijn volgende technokraker op ons loslaat, voegt hij nog toe: het mooie is dat jullie hier zometeen nog een keer door komen. Bij die tweede keer haalt Marcel mij weer in. Wandelend.
Uiteindelijk is dat net zo oncomfortabel als hardlopen, dus als we de Kubuswoningen in zicht krijgen kijken wij elkaar aan: op de Blaak gaan we weer. We draaien naar rechts, de duisternis onder de Kubushuizen in, en als gladiatorenen uit de tunnel komen wij het zonlicht in. We worden toegejuicht door de mensen langs de kant, die we daarvoor hartelijk bedanken. En ze bedanken ons terug! Dan realiseer mij: voor ons is dit makkelijk. Wij doen dit omdat wij dit graag willen. Voor onszelf. Al die mensen die urenlang staan te branden in de zon, ingepannen turend naar bekenden en geliefden, en zich de hele stad door haasten om maar weer op een andere plek dezelfde lopers voorbij te zien komen, doen dit uit liefde, enthousiasme, en belangstelling. Voor andermans liefhebberij.

Zonder jullie begrip, ondersteuning, belangstelling, bananen, water en al jullie lieve harten onder de riem had ik dit dus onmogelijk kunnen doen.

Oh ja, afgelast of niet, Marcel en ik zijn na 4:16:53 gezamenlijk over de eindstreep gekomen. Het is 30'C maar we de zon heeft ons niet in een smeulende sintel veranderd. Onze harten zijn niet gestopt met kloppen. We leven. We rennen. En we zijn blij.